AOW-aanvraag met jaren in het buitenland: een op de vier wacht langer dan acht weken op de SVB, en dan kun je tot €1.442 eisen
In dit artikel:
Mensen die in het buitenland wonen of een deel van hun leven buiten Nederland hebben gewoond of gewerkt, moeten bij een AOW-aanvraag veel vaker langer dan toegestaan op een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) wachten. De SVB moet binnen acht weken beslissen en hanteert als doel dat 96 procent van de besluiten op tijd wordt genomen. Voor mensen die altijd in Nederland woonden en werkten, wordt die norm bij AOW-aanvragen gehaald. Bij internationale AOW-aanvragen was in 2024 echter slechts ongeveer 75 procent op tijd. Bij internationale kinderbijslag lag dat aandeel tussen 35 en 44 procent.
Dat staat in de vijfjaarlijkse evaluatie van de SVB en het UWV, die in oktober naar de Tweede Kamer is gestuurd. De groep met een buitenlandse component groeit: van 600.000 uitkeringsgerechtigden in 2018 naar 700.000 in 2023. Ook het ziekteverzuim bij de SVB nam toe, tot 8 procent in 2024.
Wie te lang op een besluit wacht, kan onder voorwaarden een dwangsom claimen, tot maximaal 1.442 euro. De beslistermijn wordt wel opgeschort als de SVB noodzakelijke informatie bij een buitenlandse instantie opvraagt. Aanvragers doen er daarom goed aan bewijs van hun aanvraag en een eventuele ingebrekestelling te bewaren.
Ook bij het UWV zijn de achterstanden groot. Het betaalde wegens te late WIA-besluiten 11,8 miljoen euro aan dwangsommen in 2022, 14,9 miljoen in 2023 en 18,1 miljoen in 2024. Minister Hans Vijlbrief overweegt de dwangsom bij WIA-aanvragen tijdelijk af te schaffen, maar twijfelt daar inmiddels over. De onderzoekers zien automatisering en vereenvoudiging van regels als manieren om de uitvoeringskosten van SVB en UWV met 20 procent te verlagen. Een mogelijke vereenvoudiging van de AOW-leefvormen is nog niet uitgewerkt.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen onthult KNVB-regeling voor Bas Nijhuis: 'Daar kan je nooit op zakken'