Gaat de belastingdruk in box 3 per 2028 echt enorm omhoog?

donderdag, 9 april 2026 (22:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De Eerste Kamer heeft stevige kritiek op de voorgestelde belastingwet die in 2028 moet ingaan, maar signaleert vooral dat de wet juridisch opnieuw moet worden doorgelicht; dat betekent niet automatisch dat het wetsvoorstel van de baan is. In de adviespraktijk wordt ook minder aandacht voor de materie gemerkt; de Kamer wil dat technische en juridische onvolkomenheden worden aangepakt voordat er een definitief besluit valt.

Kern van het wetsvoorstel is de overgang van heffing over een verondersteld (fictief) rendement naar belasting over het daadwerkelijk behaalde rendement. Momenteel wordt gerekend met een fictief rendement dat in de loop der jaren is opgelopen van 4 naar 6 procent; het nominale belastingtarief blijft volgens het voorstel 36 procent. Beleggers vrezen daarom een hogere belastingdruk, maar die angst is genuanceerder: wie verliezen lijdt kan die verliezen verrekenen, en door de volatiliteit van rendementen vallen veel uitkomsten anders uit dan bij een vaste fictie.

Rekenvoorbeelden laten zien dat bij een gemiddeld rendement rond 6 procent – waarbij rendementen vaak sterke schommelingen van circa 11 procent kennen – de effectieve belastingdruk voor rendementen van ongeveer 7–8 procent niet per se ongunstiger uitpakt dan onder het huidige systeem, juist vanwege verliesverrekening. Bovendien benadrukt de tekst dat veel particuliere beleggers niet structureel hoge rendementen halen; transactiekosten en gedragsfactoren (hebzucht, angst) drukken rendementen, waardoor slechts een kleine groep beleggers met consistente rendementen boven ongeveer 9 procent echt fors extra belasting zal ervaren.

Het doel van de wetswijziging is extra belastinginkomsten genereren, maar voor de meerderheid van beleggers zal de verandering waarschijnlijk geen grote aanslag op hun netto-opbrengsten betekenen; de belangrijkste effecten treffen vooral de relatief succesvolle, hoogrenderende beleggers.