Hoe solide is ons pensioen? Nederland vergeleken met zes landen

zaterdag, 31 oktober 2026 (09:52) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Nederland heeft in 2026 voor het vierde jaar op rij het beste pensioenstelsel ter wereld, volgens de jaarlijkse Global Pension Index van Marsh en het CFA Institute. De vergelijking omvat 55 landen en beoordeelt pensioenstelsels op uitkeringen, houdbaarheid en bestuur. Alleen Denemarken en Zwitserland hebben per inwoner meer pensioengeld opgebouwd; Nederland scoort bovendien hoog op soliditeit en bestuur.

Pensioenstelsels bestaan doorgaans uit drie pijlers: een overheidspensioen zoals de AOW, een werknemerspensioen en individuele besparingen. Het belangrijkste verschil tussen landen is de manier waarop pensioenen worden gefinancierd. In een omslagstelsel betalen werkenden grotendeels de uitkeringen van gepensioneerden. Dat wordt kwetsbaar bij vergrijzing. Bij een kapitaalgedekt stelsel staat er al geld in een pensioenpot, waardoor een land minder afhankelijk is van toekomstige generaties werkenden.

Nederland heeft ongeveer 98.000 dollar, circa 94.000 euro, aan pensioengeld per inwoner klaarstaan. Dat bedrag is groter dan anderhalf keer de omvang van de Nederlandse economie. Denemarken lijkt het meest op Nederland, maar koppelt de pensioenleeftijd strikter aan de levensverwachting. Daardoor is het Deense stelsel volgens de index nog beter houdbaar. Zwitserland beschikt per inwoner over de grootste pensioenreserves, maar de uitkering is daar relatief laag ten opzichte van het laatstverdiende loon.

Andere landen laten verschillende sterke en zwakke punten zien. Zweden combineert een omslagstelsel met automatische aanpassingen wanneer de financiën uit balans raken. Finland staat bekend om zijn goede bestuur, maar heeft last van snelle vergrijzing. Noorwegen heeft officieel een minder duurzaam pensioenstelsel, omdat zijn enorme oliefonds niet als pensioenvermogen wordt meegerekend. Duitsland heeft daarentegen nauwelijks reserves en leunt bijna volledig op omslagfinanciering, waardoor de vergrijzing zwaar drukt op de toekomstbestendigheid.

Ook Nederland verandert zijn pensioenstelsel ingrijpend via de Wet toekomst pensioenen. De oude belofte van een vast pensioenbedrag maakt plaats voor een persoonlijk zichtbaar aandeel in een collectieve beleggingspot. Op 1 januari 2026 waren 30 fondsen overgestapt, samen goed voor ongeveer tien miljoen deelnemers en 500 miljard euro vermogen. Bij ruim een miljoen gepensioneerden steeg het pensioen bij de overgang gemiddeld met 13,5 procent. Uiterlijk 1 januari 2028 moeten alle fondsen zijn overgegaan.

De totale pensioenpot en de kracht van het stelsel veranderen door die hervorming niet wezenlijk. Wel verschuift het risico: beurswinsten en -verliezen werken sneller door in het persoonlijke pensioen, in plaats van dat fondsen schokken langdurig opvangen. Dat maakt de opbouw transparanter, maar het individuele pensioen minder voorspelbaar. De internationale vergelijking laat vooral zien dat vroeg en veel sparen landen beter beschermt tegen vergrijzing; Nederland blijft als geheel zeer solide, terwijl deelnemers meer beleggingsrisico dragen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Valentijn Driessen onthult KNVB-regeling voor Bas Nijhuis: 'Daar kan je nooit op zakken'