Huishoudelijke hulp gaat in 2029 uit de Wmo: alleenstaande AOW'er met klein pensioen is tot €184 per maand extra kwijt, berekent Nibud
In dit artikel:
Het kabinet wil huishoudelijke hulp vanaf 2029 niet langer als algemene Wmo-maatwerkvoorziening aanbieden. Mensen die de hulp zelf kunnen regelen en betalen, moeten voortaan particuliere hulp inschakelen. Voor mensen die dat niet kunnen, blijft volgens het kabinet een gemeentelijk vangnet bestaan, maar de voorwaarden en inkomensgrens daarvan zijn nog niet uitgewerkt. Het plan moet nog door het parlement worden behandeld; de Tweede Kamer bespreekt de VWS-begroting volgende week.
In 2026 betalen Wmo-cliënten nog een vast abonnementstarief van €21,80 per maand, ongeacht inkomen, vermogen of het aantal uren hulp. Dat tarief wordt in 2028 al vervangen door een inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage. Particuliere hulp kost aanzienlijk meer: drie uur per week komt bij het huidige minimumloon neer op ongeveer €210 per maand, exclusief eventuele hogere kosten via een bureau.
Volgens een berekening van het Nibud kan een alleenstaande AOW’er met een klein aanvullend pensioen in een voorbeeldsituatie vanaf 2029 maandelijks €184 extra kwijt zijn. Dat bedrag omvat niet alleen de huishoudelijke hulp, maar ook andere voorgenomen zorgmaatregelen: een stijgend eigen risico, het afschaffen van de aftrek voor specifieke zorgkosten en een eigen bijdrage voor wijkverpleging. Vooral de combinatie van meerdere kosten vormt volgens het Nibud een probleem voor kleine huishoudbudgetten.
Tot 2029 verandert er niets aan de hulp. Mensen met een Wmo-indicatie wordt aangeraden hun beschikking en einddatum te bewaren en tijdig verlenging aan te vragen. Bij een laag inkomen kunnen zij de gemeente vragen naar minimaregelingen en bijzondere bijstand. Wie onder de Wlz valt, wordt niet door deze wijziging geraakt, omdat huishoudelijke hulp dan onderdeel is van de Wlz-zorg.
Vandaag Inside: Job Knoester ziet filmpje van David van Weel over Bolle Jos: 'Dit is Jiskefet!'