Met drie volwassenen in één huis? Je kunt toch de hogere AOW houden

dinsdag, 22 september 2026 (13:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Wie met een andere volwassene gaat wonen, kan een lagere AOW krijgen, maar bij meerdere bewoners ligt dat minder eenvoudig. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) beoordeelt niet alleen hoeveel mensen op een adres staan, maar kijkt naar de feitelijke woonsituatie en de relatie tussen de bewoners afzonderlijk.

Een gehuwde of als samenwonend aangemerkte AOW’er ontvangt ongeveer 50 procent van het netto minimumloon per persoon. Een alleenstaande die recht heeft op het ongehuwdenpensioen krijgt ongeveer 70 procent. Wanneer iemand met twee of meer volwassenen woont, kan de beoordeling per bewoner verschillen. Daardoor is het mogelijk dat iemand niet automatisch als samenwonend wordt gezien en onder bepaalde omstandigheden het hogere ongehuwdenpensioen behoudt.

De SVB let onder meer op het delen van huishoudelijke kosten en taken, een gezamenlijk kind, een samenlevingscontract of een eerdere huwelijk- of samenwoonrelatie. Ook het daadwerkelijke gebruik van de woning telt. Zelfstandige woonruimten met een eigen ingang, keuken en badkamer kunnen als afzonderlijke woningen worden beschouwd, ook als het adres hetzelfde is.

Familiebanden spelen eveneens een rol: wonen met alleen eigen kinderen of een ouder kan recht geven op het ongehuwdenpensioen, terwijl wonen met bijvoorbeeld een broer, zus of vriend anders wordt beoordeeld. Wie een gedeelde woning overweegt, moet daarom alle bewoners, relaties en woonruimten aan de SVB voorleggen. Een gewijzigde woonsituatie moet worden gemeld om nabetalingen of terugvorderingen te voorkomen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Raymond Mens legt glashelder uit: zó werken de Amerikaanse midterm-verkiezingen