Pensioengat aanvullen of een vrijvallende lijfrente regelen: waarom 31 december 2026 voor spaarders een harde fiscale grens vormt
In dit artikel:
Wie in 2026 extra pensioen wil opbouwen met een lijfrente, moet uiterlijk op 31 december betalen om de inleg af te trekken in de aangifte over 2026. Premies voor een lijfrenteverzekering en stortingen op een lijfrenterekening of -beleggingsrecht verlagen het inkomen in box 1. De aangifte over 2026 kan vanaf 1 maart 2027 worden ingediend. Een tijdige storting verlaagt bovendien het vermogen in box 3 op de peildatum van 1 januari 2027, omdat het bedrag dan niet meer als spaargeld of belegging meetelt. De belasting over de lijfrente wordt pas geheven wanneer de uitkeringen beginnen, vaak na pensionering.
Niet alleen zelfstandigen, maar ook werknemers met een pensioentekort kunnen gebruikmaken van deze regeling. De aftrekbare ruimte bestaat uit de jaarruimte over 2026, gebaseerd op de financiële situatie in 2025, en de reserveringsruimte voor niet-benutte jaarruimte uit eerdere jaren. In 2026 kan nog ongebruikte jaarruimte uit 2016 tot en met 2025 worden benut. Vanaf 2027 vervalt het deel uit 2016. De Belastingdienst adviseert daarom eerst de reserveringsruimte te gebruiken. Ongebruikte jaarruimte uit 2026 kan nog tien jaar worden ingehaald. Wie vóór 1 september 1953 is geboren, kan de jaarruimte van 2026 niet gebruiken, maar mogelijk wel reserveringsruimte.
Meer storten dan de berekende maximale ruimte levert geen extra aftrek op. Bij een jaarruimte van 1.600 euro en een storting van 2.000 euro is bijvoorbeeld slechts 1.600 euro aftrekbaar; de resterende 400 euro kan niet in een later jaar alsnog worden afgetrokken. De Belastingdienst heeft hiervoor het hulpmiddel Lijfrentepremie beschikbaar. Alleen voor bepaalde (ex-)ondernemers die een oudedagsreserve of stakingswinst omzetten in een lijfrente geldt een ruimere betalingstermijn: zij moeten vóór 1 juli van het volgende jaar betalen.
31 december 2026 is ook belangrijk voor bestaande lijfrentes. Wie een contractuele einddatum in 2025 had, moet uiterlijk die dag de uitkeringen laten vaststellen of de lijfrente omzetten in een andere toegestane lijfrentevoorziening. Ook mensen die in 2025 vijf jaar boven hun AOW-leeftijd kwamen, moeten dan uiterlijk de eerste uitkering laten ingaan. Voor nabestaanden met een lijfrente na een overlijden in 2024 geldt dezelfde uiterste datum. Wie niets doet, kan worden geconfronteerd met een fictieve afkoop: het volledige bedrag wordt dan ineens belast in box 1, mogelijk tegen 49,5 procent, plus doorgaans 20 procent revisierente.
Vandaag Inside: Rob Jetten over belastingplan: 'Kiezen echt voor vooruitgang voor mensen en bedrijven'